Bloedverdunners kunnen na een kijkoperatie juist een averechts effect hebben. Ettema: "Doordat het bloed dunner is, kunnen er meer bloedingen ontstaan. Dit kan het natuurlijke herstelproces na een operatie belemmeren.
De belangrijkste overweging om tot de conclusie te komen was voor Ettema het lage risico op trombose. "Bij grote operaties, zoals het plaatsen van een nieuwe heup of beenamputatie, wordt dat risico geschat op vijftig procent. Bij kleine kijkoperaties is dat risico ongeveer zes procent. Het is bij zo'n kleine operatie beter om geen bloedverdunner voor te schrijven, vanwege de nadelige gevolgen ervan", aldus Ettema.
Het risico op trombose ligt volgens Harmen Ettema bij kleine kijkoperaties lager omdat er sprake is van een kleine wond en dus weinig schade aan de bloedvaten. Bovendien duurt een kijkoperatie korter, waardoor de patient niet zo lang stil hoeft te liggen. Dat bevordert de doorstroming van het bloed.
Na een operatie kan trombose ontstaan. Omdat er een wond is, zal het bloed een stollingsneiging hebben omdat de wond gedicht moet worden. Als het bloed echter teveel stolt, kan er een bloedprop ontstaan. Deze kan een bloedvat afsluiten of in de longen terecht komen. Trombose kan fatale gevolgen hebben. In Nederland komt trombose elk jaar bij 15 000 tot 30 000 patienten voor.
Harmen Ettema promoveerde afgelopen woensdag aan de Universiteit van Amsterdam. Hij deed onderzoek naar het gebruik van bloedverdunners bij kijkoperaties.

0 reacties:
Een reactie posten