woensdag 13 januari 2010

Nathan de Groot, kersverse campusdichter

Nathan de Groot (21) is verkozen tot campusdichter van de Universiteit van Tilburg. Uit elf kandidaten koos een deskundige jury hem uiteindelijk als winnaar. Het komende jaar heeft Nathan de taak om gevraagd en ongevraagd commentaar te leveren op het leven op en rond de Tilburgse campus. Nathan is de vierde campusdichter in de geschiedenis van de UvT.

Wat was je eerste reactie toen je hoorde dat je gewonnen had? Je hebt gezegd dat het als een verrassing kwam…
Ongeloof, inderdaad. Ik had er niet echt rekening mee gehouden. Voor mij was de grootste overwinning het feit dat ik met mijn eigen gedichten kon leven. Ik ben blij campusdichter te zijn, vooral omdat mijn fysieke afwezigheid noopt tot creatieve oplossingen. Iets dat mijn campusdichterschap wellicht iets extra’s mee kan geven.

Je volgt Andrew Cartwright op. Wat ga je anders doen, behalve dat je in het Nederlands gaat dichten?
Dat is moeilijk te voorspellen. Ik hoop dat mijn poëzie toegankelijk is voor de gemiddelde UvT-student en -medewerker, maar het liefst ook voor de mensen daarbuiten. Dan bedoel ik niet de ongeïnteresseerden, ik ben geen cultuurmissionaris die mensen wil bekeren, maar veeleer een troubadour die wil vermaken en tegelijk aanzetten tot nadenken. Andrew dichtte al langer en heeft een eigen stijl weten te creëren, hoewel ik diverse gedichten wil schrijven hoop ik ook een bepaalde manier van dichten te ontdekken die me ligt.

Je omschrijft je stijl als representatief…
Omdat ik nog niet meer gedichten geschreven heb, zijn mijn gedichten 100% representatief. Daarnaast zitten er in mijn gedichten alvast drie kenmerkende ingredienten: actualiteit, humor en een kritische noot. Althans, dat is de bedoeling…

De gedichten die je schrijft gaan over specifieke zaken die binnen de Universiteit spelen. Hoe ontstaat je inspiratie voor een gedicht?
Dat begint bij herinneringen aan gebouwen of gebeurtenissen. Ook indrukken spelen een grote rol. Je verbeelding de vrije loop laten op basis van zo’n subjectieve herinnering (pleonasme) is spannend en lang niet altijd vruchtbaar. Soms raak je echter op een mooi spoor, een train of thought die je volgt tot het gedicht in vorm en inhoud 1 is.

Je noemt Piet Paaltjes je grote voorbeeld. Waarom?
Hij wist als geen andere Nederlandse dichter het Romantische gedachtegoed te vertalen in poëzie. Zijn melancholie is ernstig en luchtig tegelijk. Hij drijft ook de spot met het genre. Bijzonder humoristische, herkenbare gedichten schreef hij, ook als student. Zijn pseudoniem was al even komisch als zorgvuldig gekozen en heeft tot mijn verbeelding gesproken. Ik heb zelf weliswaar geen pseudoniem gekozen, omdat Francois HaverSchmidt (de geestelijk vader van Piet Paaltjens) eigenlijk niet zonder zijn dichtende alter ego kon. Toen ‘zijn dichtende vriend’ hem verliet, werd HaverSchmidt depressief en was hij niet meer in staat humor te gebruiken in zijn gedichten. Ook als dominee ging hem dat vervolgens niet in de koude kleren zitten. Uiteindelijk pleegde hij zelfmoord, iets wat bij mij niet in de planning voorkomt.

Volgend jaar wordt er een nieuwe campusdichter gekozen. De gedichten van Nathan zijn te vinden op zijn weblog.

0 reacties:

Een reactie posten