zondag 17 oktober 2010

Oranjerevolutie spiegel voor West-Europese media

Dit artikel schreef ik voor een faculteitstijdschrift van de Universiteit Gent

Meer dan ooit bedelven politici ons onder campagnegeweld via sociale media. Ze sturen kritische tweets vanuit het parlement en vragen of je vriendjes met ze wil worden op Facebook. Mogelijke coalities zijn in krantenkoppen al gevormd voordat er überhaupt gesproken is tussen partijen. De openheid van het politieke spel lijkt, zowel in België als in Nederland, ongekende vormen aan te nemen.

Hoe anders was dat zes jaar geleden in Oekraïne, ten tijde van de Oranjerevolutie. We schrijven 24 november 2004. Viktor Janoekovitsj wordt uitgeroepen tot winnaar van de Oekraïense verkiezingen. Hij wint met miniem verschil van zijn rivaal Viktor Joesjenko: een marge van 3 procent.

Verrassend is de uitslag niet. In de aanloop naar de verkiezingen hadden de staatsmedia bijna alleen maar aandacht besteed aan de campagne van Janoekovitsj. Vreemd? Niet echt. De vijf grootste televisiezenders waren destijds in handen van de schoonzoon van de zittende president Koetsjma. Om ervoor te zorgen dat Janoekovitsj zijn opvolger zou worden, bepaalde de president dat de ene kandidaat best iets meer media-aandacht mocht krijgen dan de andere.

De gevolgen zijn bekend: Europa erkent de uitslag niet en ook de Verenigde Staten en Canada willen een hertelling van de stemmen. Alleen Rusland staat achter de verkiezingsuitslag, maar dat is ook niet echt opzienbarend. In het grootste land ter wereld lijken ze immers ook nooit van openheid en objectiviteit in publieke media gehoord te hebben. Bovendien is Janoekovitsj een goede vriend van de Russen, terwijl Joesjenko juist de banden met het westen wil verbeteren.

Hoe kan het dat het verschil tussen Oekraïense media anno 2004 en Nederlandse en Belgische media anno nu zo groot is? Komt dat puur en alleen door technologische ontwikkeling? Het is natuurlijk zo dat we er flink op vooruit zijn gegaan wat betreft het aanbod aan sociale media. Twitter en Facebook bijvoorbeeld: nu niet meer weg te denken, maar in 2004 bestonden ze nog niet (Twitter) of nog maar net (Facebook). Die twee platformen gelden als belangrijke kritiekkanalen.

Maar is dat werkelijk de verklaring voor het verschil? Hadden Oekraïense media niet objectief kunnen berichten zonder sociale netwerksites? Natuurlijk konden ze dat wel. Het probleem is alleen dat ze dat niet mochten van hun bazen, die geheel volgens het corrupte en nepotische systeem bepaalden dat een onevenwichtig beeld kennelijk heel normaal is.

De situatie in Oekraïne laat zien hoe belangrijk het is om open en objectief te berichten. Het financieren van omroepen door de overheid is op zich geen probleem. Integendeel: het is juist goed als overheden geld steken in nieuwsvoorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn, zolang diezelfde overheid maar geen invloed heeft op de inhoud. Alleen dan kunnen verkiezingen eerlijk verlopen.

1 reacties:

Een reactie posten