Allereerst is het goed om eens te kijken naar het begrip ‘massa-immigratie’. Wat is dat eigenlijk? Volgens Nyfer, een onderzoeksbureau dat in het voorjaar van 2010 een rapport publiceerde over de kosten van die massa-immigratie, mag je bij 25.000 niet westerse migranten per jaar spreken van massa-immigratie. Het gaat daarbij om de veelbesproken berekening in opdracht van PVV rond de vraag hoeveel die massa-immigratie Nederland per jaar zou kosten. 7,2 miljard euro, zo luidt de conclusie.Kijken we naar de cijfers van het CBS, dan valt op dat er – op basis van de gegevens van Nyfer – sinds 2002 geen sprake meer is van zogenoemde massa-immigratie. Er kwamen in de afgelopen acht jaar wel ieder jaar meer dan 30.000 niet-westerse allochtonen naar Nederland, maar tegelijk vertrokken er sinds 2001 ook steeds meer. Sinds 2002 nam het saldo tussen die twee enorm af, in 2005 en 2006 verlieten zelfs meer niet-westerse allochtonen Nederland dan het aantal dat zich hier vestigde. Kennelijk keek Nyfer slechts naar het aantal inkomende allochtonen bij definiëring van de term massa-immigratie. Je zou kunnen concluderen dat deze term meer van toepassing is op het einde van de jaren ’90.
De regeringsleiders Mark Rutte en Maxime Verhagen en hun coalitiepartner Geert Wilders beloofden bij de presentatie van het regeerakkoord dat het aantal niet-westerse allochtonen dat naar Nederland komt de komende jaren met 50 procent moet dalen. Maar na een analyse van de plannen die in dat regeerakkoord staan, concludeerden ambtenaren dat die halvering bij lange na niet bereikt kan worden. Ambtenaren verwachten dat je met de maatregelen die in het akkoord staat maximaal 5 tot 15 procent minder instroom kunt bereiken. Hier is de realiteit pas echt goed zichtbaar: een gigantisch misverstand over vermeende massa-immigratie op basis waarvan onhaalbare plannen worden voorbereid.
Is er dan helemaal geen sprake van massa-immigratie, en zijn de problemen verzinsels? De enige groep immigranten die in termen van Nyfer massaal naar ons land trekt, zijn Oost-Europeanen. Zij mogen vrij reizen binnen Europa en hebben geen directe toegang tot de meeste sociale verzekeringen. Nederland profiteert in hoge mate van de Oost-Europese arbeidsmigranten, want ze doen vaak werk dat Nederlanders niet willen doen – wat betekent dat er geen sprake is van verdringing op de arbeidsmarkt, ze hoeven niet opgeleid te worden en als de economie inzakt, vertrekken ze weer. Last hebben we dus zeker niet van deze vorm van massa-immigratie.
Vaak worden de vermeende problemen die massa-immigratie met zich zou meebrengen in een adem genoemd met de islamitische cultuur. De kritiek richt zich dan met name op Turken en Marokkanen – twee groepen die trouwens minstens zo vaak in een adem worden genoemd. Ook in dit geval doet zich het tegenstrijdige gegeven voor dat er de afgelopen jaren nauwelijks nog Marokkanen naar Nederland kwamen, bijna net zoveel als het aantal dat emigreerde vanuit Nederland. Voor Turken geldt een vergelijkbare trend. Het CBS verwacht dat het aantal niet-westerse allochtonen vanaf 2018 met ongeveer 19.000 per jaar toeneemt: een getal dat buiten de Nyfernorm valt. In dat cijfer zijn migranten uit China en India – naar verwachting hoog opgeleide kennismigranten – meegerekend.
De gedachte dat de Nederlandse samenleving over een aantal jaren in sterke mate wordt beïnvloed door de islamitische cultuur, berust op een groot misverstand. Het thema massa-immigratie lijkt een politieke hype die wordt voortgezet in uiteindelijk onhaalbare plannen. Onder niet-westerse allochtonen is er vanaf 2002 überhaupt geen sprake meer van massa-immigratie. De enige groep die nu zorgt voor jaarlijks meer dan 25.000 migranten per jaar, bestaat uit Oost-Europeanen. Die groep zou je als toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie kunnen omschrijven. Daarmee zou je eerder kunnen zeggen dat Nederland profijt heeft van massa-immigratie, dan dat het een probleem zou zijn.

0 reacties:
Een reactie posten