In juni 2009 kwam toenmalig minister Plasterk van Onderwijs met het plan om de diplomastructuur voor HBO-opleidingen flink te veranderen. Wat hem betreft zouden alle HBO-afgestudeerden een herkenbare titel krijgen die in het buitenland beter herkend wordt. Het plan stuitte op kritiek van de HBO-raad, en Plasterk moest een half jaar later vertrekken nadat het kabinet Balkenende IV viel. Daarmee gingen de plannen voor nieuwe HBO-titels de koelkast in.Op dit moment is de titel die je na een HBO-bacheloropleiding mag voeren bij elke opleiding verschillend. Iemand die verpleegkunde heeft gedaan mag zich na de opleiding BN (Bachelor of Nursing) noemen, iemand die journalistiek heeft gedaan BJ (Bachelor of Journalism), en iemand die Fiscale Economie heeft gedaan BEc (Bachelor of Economics). Nederland is het enige land met die titels, wat de barrière voor werken in het buitenland vergroot.
Als het aan de HBO-raad ligt, veranderen die titels in twee gemeenschappelijke, internationaal gangbare titels: Bachelor of Sciences en Bachelor of Arts. Die titels mag je ook voeren nadat je een WO-bachelor hebt afgerond. En dat dubbelt, vindt Plasterk. Om het beroepsgerichte karakter van het HBO te benadrukken, wil hij dat het woordje ‘Applied’ in de titel komt te staan. Bachelor of Applied Sciences dus, toegepaste wetenschappen. Het plan van Plasterk zou het oerwoud aan bachelortitels flink kortwieken, maar het uitwisselingsprobleem met andere landen lijkt daarmee niet opgelost te worden.
Dat probleem is niet vreemd als je je bedenkt dat ieder land afzonderlijk zijn onderwijssysteem mag samenstellen. De Europese Unie heeft daarin een terughoudend beleid, dat vooral gericht is op het uitwisselen van kennis en ervaring op het gebied van onderwijs zelf. Er wordt vooral geld gestoken in uitwisselingsprojecten, maar het traject na de studie is niet vastgelegd in regels of doelstellingen. Natuurlijk: de EU stimuleert uitwisseling van arbeidskrachten tussen verschillende lidstaten, maar over het aansluiten van verschillende onderwijssystemen zijn geen afspraken gemaakt. De EU zal er bij Nederland dan ook niet op aandringen om het onderwijssysteem drastisch te wijzigen, al was het maar omdat de Unie die middelen simpelweg niet heeft .
De Europese Commissie zoekt wel naar mogelijkheden om de internationale mogelijkheden voor afgestudeerden zoveel mogelijk te vergroten. De Commissie heeft in 2005 besloten dat bij alle diploma’s in het hoger onderwijs een Europass Diplomasupplement moet zitten. Dat is een document waarin staat omschreven wat de inhoud, het niveau en de status van de gevolgde studie is. Op die manier wil de Europese Commissie de mogelijkheden voor afgestudeerden om een baan in het buitenland te krijgen, vergroten. In Nederland wordt bij het overgrote deel van de studies zo’n Diplomasupplement gegeven .
Maar er zijn meer mogelijkheden om in het land waar je wilt werken een erkenning voor diploma’s te krijgen. Je kunt in het land waar je naartoe gaat een individuele diplomawaardering laten maken. Daarbij wordt je diploma vergeleken met het onderwijssysteem dat in dat land geldt, zodat je potentiële werkgever een betere inschatting kan maken van de waarde van de opleiding die je hebt gevolgd .
Met een HBO-titel sta je absoluut niet machteloos als je in het buitenland wil solliciteren, maar het blijft lastig om te omschrijven wat die titel nou precies betekent in een land waar ze de Nederlandse titulatuur niet kennen. De Europese Commissie neemt initiatieven om diploma’s in alle landen dezelfde waarde te laten hebben, maar zolang de onderwijssystemen van die landen niet op elkaar afgestemd zijn, blijft het een lastige situatie.
Het nieuwe kabinet lijkt niet van plan om de plannen van Plasterk uit de koelkast te halen. In het regeerakkoord staat dat Nederland juist topstudenten wil vasthouden. EU-brede acceptatie van HBO-titels lijkt daarom voorlopig nog ver weg.

0 reacties:
Een reactie posten