maandag 28 februari 2011

Strenger deurbeleid nodig voor de EU-herberg

De afgelopen jaren is het aantal lidstaten van de Europese Unie flink toegenomen. Na een recordaantal toetreders in 2004 – toen er tien nieuwe lidstaten bij kwamen – sloten ook Bulgarije en Roemenië zich in 2007 aan. Daarmee komt het totale aantal leden op 27. Bovendien wordt er op dit moment onderhandeld met Turkije, Kroatië, Macedonië en IJsland over toetreding. Maar moeten we een verdere uitbreiding wel willen, of moeten we blij zijn met de groep landen zoals die nu gevormd is?

Volgens voorwaarden die de EU in 2003 heeft opgesteld, kan een land pas lid worden als het een stabiele democratie heeft met een goed werkende markteconomie en als de gemeenschappelijke EU-regels worden uitgevoerd. Verder moeten de mensenrechten worden beschermd. Op basis van de economische situatie kun je zeggen dat de kloof met de huidige EU-landen ten opzichte van IJsland enorm is. Het land heeft enorme financiële problemen, en het is daarom ook niet zo gek dat IJslanders sinds de economische crisis enorm graag lid willen worden van de EU en de eurozone. De EU is ooit begonnen als economisch experiment. Dat experiment kan alleen maar verslechteren als je zwakkere economieën laat participeren. IJsland kunnen we daarom wat mij betreft voorlopig doorstrepen als nieuwe toetreder.

Maar – zoals gezegd – het economische experiment was slechts het begin van de Europese Unie zoals we die nu kennen. Inmiddels hebben we gemeenschappelijke regelgeving op verschillende gebieden, en dat betekent dat landen qua opvatting wel overeen moeten komen om te zorgen voor evenwichtige besluiten van het Europees Parlement. Als we in dat kader eens kijken naar Turkije, dan valt op dat het uitvoeren van de doodstraf voor een substantieel verschil in opvatting zorgt. We kunnen gewoon niet samenwerken met landen die er dit soort radicale ideeën op nahouden. Verder maakt de islamitische achtergrond het lastig om te verwachten dat Turkse arbeidsmigranten – die bij toetreding vrij zouden mogen reizen binnen de EU – zich probleemloos aanpassen aan de cultuur in andere EU-landen. De verschillen zijn té groot om dat te verwachten.

Nieuwe toetreders zijn alleen welkom als we er niet op korte termijn op achteruit gaan. De EU heeft vaak landen laten toetreden met als doel de economie van het betreffende land te helpen. Dat is in deze periode niet wenselijk. Zoiets is alleen haalbaar als de landen die al deelnemen dermate veel reserves hebben, dat ze problemen met IJsland-achtige proporties kunnen hebben. En zelfs dan kun je je afvragen wat de toegevoegde waarde van zo’n land zou zijn. Wat Kroatië en Macedonië betreft is de optie reëler dat ze binnen een paar jaar toetreden tot de EU: de culturele verschillen met landen als Slovenië (dat al lid is) zijn te overzien. Zodra de economie van de beide landen het toelaat, komen ze wat mij betreft in aanmerking. Maar de lat moet hoog liggen. De EU is niet bedacht als hulpfonds voor ‘zielige landen’.

0 reacties:

Een reactie posten